Klachten en geschillen Centrum Zin Zorg

Inzake klachten en geschillen val ik onder de procedure van de VGVZ

De klachtencommissie behandelt klachten over geestelijk verzorgers in verband met de beroepscode van de VGVZ. Leden onderschrijven de Beroepsstandaard en zijn gehouden aan de Beroepscode van de vereniging. Zij vallen onder het klacht- en tuchtrecht. In voorkomende gevallen kan een cliënt of een organisatie volgens de procedure van het klachtenreglement een klacht indienen tegen de betreffende geestelijk verzorger.
De klachtencommissie bestaat uit vijf personen, allen lid van de VGVZ.
De beroepscode en het klachtenreglement maken deel uit van de beroepsstandaard. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de secretaris van de Klachtencommissie VGVZ.

4. Klachtenreglement VGVZ

4.1. Uitgangspunten

  1. Het Klachtenreglement van de VGVZ biedt belanghebbenden de mogelijkheid een klacht in te dienen tegen een geestelijk verzorger die lid, aspirant lid of voormalig lid is van de VGVZ. Bij belanghebbenden wordt in elk geval gedacht aan cliënten van de geestelijk verzorger, hun naasten, en aan collega’s, andere professionals of vrijwilligers met wie de geestelijk verzorger samenwerkt.
  2. De klacht dient betrekking te hebben op gedragingen van de geestelijk verzorger die de klager in strijd acht met de beroepscode van de VGVZ.

De Klachtencommissie en de Commissie van Beroep behandelen klachten betreffende de naleving van de Beroepscode van de VGVZ.

De Klachtencommissie beoordeelt een ingediende klacht in eerste instantie en legt, indien daar aanleiding toe is, disciplinaire maatregelen op aan de beklaagde die zich gedraagt of heeft gedragen in strijd met de beroepscode van de VGVZ.

De Commissie van Beroep behandelt beroepsschriften betreffende uitspraken van de Klachtencommissie.

De klachtenprocedure is niet openbaar. De leden van de Klachtencommissie en de Commissie van Beroep zijn aan geheimhouding gebonden.

Het klaagschrift moet zijn ingediend binnen een redelijke termijn, nadat het feit waarover geklaagd wordt zich heeft voorgedaan.

Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen.

Gebruikelijk is dat men als eerste stap zelf de geestelijk verzorger op deze gedragingen aanspreekt. Een vertrouwenspersoon van de VGVZ kan hierbij behulpzaam zijn. De VGVZ heeft hiertoe enkele vertrouwenspersonen aangesteld, zowel mannelijk als vrouwelijk.

  1. Leidt een onderling gesprek niet tot een bevredigende uitkomst, dan kan men, afhankelijk van de feiten, context en situatie, de volgende mogelijkheden overwegen:
    1. Men kan een klacht indienen bij de werkgever van de geestelijk verzorger, in het kader van het geldende klachtenreglement van de instelling waar deze werkt.
    2. Betreft de klacht het ambtelijk functioneren van de geestelijk verzorger, dan kan deze worden voorgelegd aan de bevoegde zendende of machtigende instantie.
    3. Men kan een klacht indienen bij de beroepsvereniging VGVZ. In dat geval geldt het hieronder beschreven Klachtenreglement.
  2. De klacht wordt in dat laatste geval ingediend bij de Klachtencommissie van de VGVZ en wordt vervolgens behandeld volgens het hieronder beschreven Klachtenreglement. Wanneer de Klachtencommissie vindt dat bij de klacht de weg van onderling overleg tussen de partijen nog onvoldoende is geëxploreerd, zal de Klachtencommissie de klager daarop wijzen, opdat deze alsnog met de betreffende geestelijk verzorger in overleg treedt. In- dien gewenst kan een VGVZ-vertrouwenspersoon de klager hierin bijstaan.

4.2. Algemene bepalingen

  1. De Klachtencommissie neemt geen klacht in behandeling waarover zij reeds eerder een uitspraak heeft gedaan.
  2. De Klachtencommissie neemt geen klacht in behandeling die kennelijk buiten het kader van de Beroepscode valt.
  3. Wanneer degene over wie geklaagd wordt elders in een klachtenprocedure of in een procedure bij een (burgerlijke) rechter, arbiter of bindend adviseur is betrokken met betrekking tot hetzelfde feitencomplex als dat waarop
    de klacht ziet, kan de Klachtencommissie besluiten de klacht niet in behandeling te nemen, dan wel de behandeling van de klacht of de beslissing daarop aan te houden.
  4. Indien de Klachtencommissie beslist een klacht niet in behandeling te ne- men, onderscheidenlijk de behandeling daarvan of de beslissing daarop aan te houden, worden de klager en beklaagde hiervan met redenen omkleed op de hoogte gesteld. Tevens wordt het bestuur van de VGVZ van deze beslissing op de hoogte gesteld.

.

4.3. Samenstelling van de Klachtencommissie en van de Commissie van Beroep

  1. De Klachtencommissie bestaat uit vijf leden van de VGVZ. Ook emeritusleden van de VGVZ zijn benoembaar.
  2. De Klachtencommissie benoemt uit haar midden een voorzitter, een waarnemend voorzitter en een secretaris.
  3. De leden van de Klachtencommissie worden voor vier jaar door de al- gemene ledenvergadering van de VGVZ benoemd. Zij kunnen voor een aansluitende tweede termijn benoemd worden. Bij uitzondering kunnen zij voor een derde termijn benoemd worden.
  4. Ook indien sprake is van vacatures behoudt de Klachtencommissie haar bevoegdheden.
  5. De Commissie van Beroep bestaat uit twee leden van de VGVZ, waarvan er een als secretaris optreedt, en een onafhankelijke jurist als voorzitter. Emeritusleden van de VGVZ zijn benoembaar. Ten aanzien van de Commissie van Beroep zijn de artikelen 67 en 68 van overeenkomstige toepassing, echter met dien verstande dat zo spoedig mogelijk wordt voorzien in (ad hoc) vervulling van een vacature wanneer dat voor de voortgang van.

Klachten worden schriftelijk en met redenen omkleed ingediend bij de secretaris van de Klachtencommissie.

Via e-mail verzonden klachtschriften gelden als schriftelijk ingediend. Op het schriftelijk ingediende klaagschrift wordt door de secretaris de datum van ontvangst aangetekend.

Het klaagschrift dient te zijn ondertekend en bevat ten minste:

  1. naam, adres en woonplaats van de indiener
  2. dagtekening
  3. naam van de beklaagde
  4. (indien van toepassing:) naam en adres van de instelling waarop de klacht betrekking heeft
  5. omschrijving van het feit waarover geklaagd wordt en de gronden van de klacht.

De secretaris van de Klachtencommissie verstrekt desgevraagd of zo nodig een format als hulpmiddel om de klacht te (her)formuleren.

De secretaris wijst de klager en de beklaagde op de mogelijkheid om een vertrouwenspersoon van de VGVZ in te schakelen.

De klager en de beklaagde kunnen op eigen initiatief een (juridisch) adviseur inschakelen om zich te laten bijstaan.  De behandeling van een klacht van belang is; dit gezien de grootte van de commissie.

  1. De VGVZ-leden die zitting hebben in de Klachtencommissie en de Com- missie van Beroep ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
  2. De onafhankelijke juristen krijgen een door het bestuur vastgestelde vergoeding voor hun diensten aan de VGVZ.
  3. Het lidmaatschap van de Klachtencommissie of de Commissie van Beroep is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van de VGVZ.
  4. De Klachtencommissie en de Commissie van Beroep brengen jaarlijks vóór 1 april verslag uit van hun werkzaamheden gedurende het afgelopen kalenderjaar aan het bestuur van de VGVZ.

4.4.Indienen van een klacht

  1. Aan de indiener van de klacht wordt door de secretaris van de klachtencommissie zo spoedig mogelijk maar uiterlijk drie weken na ontvangst van de klacht bevestiging van ontvangst verzonden.
  2. Als een klacht wordt ingediend stelt de Klachtencommissie uit haar midden een ad hoc Beklagcommissie samen, bestaande uit twee leden, aangevuld met twee juristen die als voorzitter en secretaris zullen fungeren. Deze Beklagcommissie zal de klacht met uitsluiting van de andere leden van de Klachtencommissie in behandeling nemen.
  3. De leden van de Beklagcommissie gaan na of er sprake is van feiten of omstandigheden op grond waarvan de schijn zou kunnen worden gewekt dat een onpartijdige behandeling niet is gegarandeerd. Indien dit het geval is, doen zij een beroep op hun verschoningsrecht.
  4. De secretaris van de Klachtencommissie deelt de samenstelling van de Beklagcommissie aan klager en beklaagde schriftelijk mee.

4.5. Behandeling van een klacht

  1. De secretaris van de ad hoc Beklagcommissie zendt het klaagschrift naar degene tegen wie de klacht is gericht en stelt hem in de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Hij brengt dit ter kennis van de klager.
  2. Het verweerschrift moet binnen zes weken nadat beklaagde het klaagschrift heeft ontvangen, ter kennis van de secretaris van de Beklagcommissie zijn gebracht. Deze zendt het verweerschrift door naar de klager.
  3. Indien de beklaagde geen verweer voert kan de Beklagcommissie daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
  4. Zowel de klager als de beklaagde worden in de gelegenheid gesteld om ge- tuigen te noemen en/of bewijsstukken te overleggen. Dit dienen zij binnen een redelijke termijn te doen. Zo nodig kan de Beklagcommissie de verdere behandeling van de zaak aanhouden.
  5. Na ontvangst van het verweerschrift beslist de beklagcommissie zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen zes weken over de wijze waarop de klacht verder behandeld wordt. Hiervan stelt ze klager en beklaagde onverwijld in kennis.

4.6. Hoorzitting

  1. De Beklagcommissie kan op eigen initiatief dan wel zal op verzoek van klager of beklaagde besluiten tot een hoorzitting. In dat geval zal de secretaris van de Beklagcommissie een datum en plaats voor het houden van een hoorzitting vaststellen, waarbij in redelijkheid rekening wordt gehouden met de verhinderdata van betrokkenen.
  1. Partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij van een partij wegens zwaarwegende belangen niet kan worden gevergd dat zij in tegenwoordigheid van de andere partij wordt gehoord. In dat geval is de andere partij bevoegd zich door een derde te laten vertegenwoordigen.
  2. Zowel klager als beklaagde kan zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een derde. Indien de klager of beklaagde niet in persoon verschijnt, kan de Beklagcommissie daaraan de gevolgen verbinden die zij passend acht.
  3. De hoorzitting is gericht op waarheidsvinding en kan tevens benut worden tot het beproeven van een minnelijke afdoening van de klacht. De vragen en antwoorden lopen via de voorzitter die woord en wederwoord organiseert. Het laatste woord heeft de beklaagde.
  4. De secretaris van de Beklagcommissie maakt een proces-verbaal op van het tijdens de zitting verhandelde.

4.7. Verdere behandeling van de klacht  

Indien geen hoorzitting wordt gehouden worden de klager en beklaagde in de gelegenheid gesteld te repliceren respectievelijk dupliceren, steeds binnen een termijn van vier weken.

De Beklagcommissie kan op eigen initiatief of op verzoek van klager of beklaagde inlichtingen inwinnen door het horen van getuigen en deskundigen. Partijen worden zowel van het voornemen daartoe als van de inhoud van de verkregen inlichtingen door de secretaris van de Beklagcommissie op de hoogte gesteld. Zowel de klager als de beklaagde worden in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.

Nadat de inhoudelijke behandeling van de klacht is geëindigd doet de Beklagcommissie uitspraak. De Beklagcommissie doet uitspraak binnen een termijn van twaalf weken na haar besluit als omschreven in art. 4.5 sub 88. Bij stakende stemmen binnen de Beklagcommissie telt de stem van de voorzitter dubbel.

De Beklagcommissie verklaart de klacht al dan niet gedeeltelijk gegrond, of ongegrond. De uitspraak bevat de motivering waarop zij rust.

  1. Wanneer de Beklagcommissie een klacht (gedeeltelijk) gegrond verklaart, neemt zij een van de maatregelen waarin dit reglement in artikel 101 voorziet.
  2. De secretaris van de Beklagcommissie zendt per aangetekend schrijven een afschrift van de beslissing aan de klager en aan de beklaagde, alsmede aan de Klachtencommissie. De uitspraak is ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de Beklagcommissie.
  3. De secretaris van de Klachtencommissie zendt een afschrift van de beslissing aan het Bestuur van de VGVZ, wanneer de uitspraak onherroepelijk is geworden.

4.8. Maatregelen

  1. De Beklagcommissie kan de volgende maatregelen opleggen:
    1. de klacht wordt al dan niet gedeeltelijk gegrond verklaard zonder dat er een maatregel aan verbonden wordt;
    2. waarschuwing;
    3. berisping;
    4. voorwaardelijke ontzetting uit de VGVZ, met een proeftijd van een jaar;
    5. schorsing van het lidmaatschap van de VGVZ voor een periode van ten hoogste één jaar;
    6. uitsluiting van toekomstig lidmaatschap van de VGVZ voor een door de Beklagcommissie te bepalen termijn;
    7. Ontzetting uit de VGVZ.
  2. Bij beslissingen deelt de Beklagcommissie mee op welke gronden de betreffende beslissing is genomen.
  3. Wanneer de uitspraak onherroepelijk is geworden, kan de Beklagcommissie bepalen dat deze, indien de geestelijk verzorger verbonden is aan een instelling, aan deze instelling schriftelijk wordt medegedeeld.
  4. Eveneens wordt de uitspraak, wanneer deze onherroepelijk is geworden, schriftelijk ter kennis gebracht aan alle leden van de VGVZ, dan wel gepubliceerd in een daartoe geschikt medium. Bij maatregelen a. tot en met f. zal dit geanonimiseerd geschieden, bij maatregel g. met naam en toenaam.
  5. Alle bovenvermelde maatregelen worden van kracht wanneer de termijn waarbinnen de betrokkene in beroep kan gaan tegen de uitspraak van de Beklagcommissie is verstreken en binnen die termijn geen beroep is ingesteld bij de Commissie van Beroep.

4.9.Instellen van beroep

  1. Gedurende zes weken na de uitspraak kunnen zowel de klager als de beklaagde tegen een beslissing van de Beklagcommissie in beroep gaan bij de Commissie van Beroep.
  2. Ook tegen beslissingen als bedoeld onder artikel 63 en 64 van dit reglement staat beroep open. De Commissie van Beroep kan in geval van gegrondbevinding van een beroep als in de vorige zin genoemd de behandeling van de klacht terugverwijzen naar de Klachtencommissie.
  3. Het beroep wordt schriftelijk per aangetekend schrijven of e-mail ingediend bij de secretaris van de Commissie van Beroep. Het beroepschrift bevat ten minste:
    1. naam, adres en woonplaats van degene die beroep aantekent,
    2. dagtekening,
    3. een afschrift van de uitspraak van de Beklagcommissie waartegen beroep wordt aangetekend,
    4. de gronden waarop het beroep rust.
  4. De secretaris van de Commissie van Beroep brengt de secretaris van de Klachtencommissie van het ingediende beroep op de hoogte en verzoekt de secretaris om toezending van een afschrift van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

De secretaris van de Commissie van Beroep stelt het bestuur van de VGVZ op de hoogte van het beroep.

De Commissie van Beroep beslist op het beroep. Zij kan daarbij de uitspraak van de Beklagcommissie geheel of gedeeltelijk bevestigen, wijzigen, of vernietigen.

De beslissing in beroep bevat de gronden waarop zij rust.

De artikelen 84 tot en met 105 (paragraaf 4.5, 4.6, 4.7 en 4.8) zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de procedure in beroep zich daartegen niet verzet.

De secretaris van de Commissie van Beroep zendt van de uitspraak van de Commissie van Beroep per aangetekende brief een afschrift aan de beklaagde, de klager, het bestuur en de Klachtencommissie.

4.10. Wraking en verschoning

  1. Leden van de Beklagcommissie of de Commissie van Beroep kunnen worden gewraakt op grond van feiten en/of omstandigheden, waardoor hun onpartijdigheid niet verzekerd is.
  2. Het verzoek wordt gedaan zodra de samenstelling van de Beklagcommissie (of de Commissie van Beroep) aan de verzoeker bekend zijn geworden, of zodra hem of haar in de procedure nieuwe feiten of omstandigheden bekend worden die aanleiding geven tot een verzoek om wraking. Het verzoek om wraking geschiedt schriftelijk en gemotiveerd en wordt ingediend bij de secretaris van de commissie waar de klacht aanhangig is. Indien de hoorzitting een aanvang heeft genomen kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Bij een verzoek tot wraking wordt de procedure geschorst tot het moment dat er is besloten.
  4. Op het verzoek tot wraking wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden van de Beklagcommissie (of Commissie van Beroep), nadat deze de verzoeker en het lid waartegen het wrakingsverzoek zich richt hebben gehoord.
  5. Indien het lid waartegen het wrakingsverzoek zich richt daarin berust of het wrakingsverzoek wordt toegewezen, blijft de behandeling van de klacht geschorst tot het moment dat een vervangend lid in de Beklagcommissie (of Commissie van Beroep) zitting heeft genomen.
  6. Tegen de beslissing van de Beklagcommissie over de wraking kan de betrokkene binnen een week een beroep instellen bij de Commissie van Beroep.
  7. De beslissing van de Commissie van Beroep wordt zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de klager, de beklaagde, en de Beklagcommissie.
  8. Indien een lid van de Beklagcommissie of de Commissie van Beroep van mening is dat zijn onpartijdigheid niet kan worden verzekerd, zal deze zich terugtrekken. De behandeling wordt geschorst tot het moment dat een vervangend lid in de commissie zitting heeft genomen.

4.11. Slotbepalingen

  1. Van alle in dit Klachtenreglement bepaalde termijnen kan worden afgeweken op grond van zwaarwegende omstandigheden.
  2. In alle gevallen waarin dit Klachtenreglement niet voorziet beslist de commissie waarbij de klacht aanhangig is.
  3. De secretarissen van de commissies dragen zorg voor het bijhouden van een dossier van iedere behandelde klacht, op zodanige wijze dat geheimhouding verzekerd is. Het dossier wordt maximaal twee jaar na afhandeling ervan bewaard of ten minste zo lang als nodig is voor het uitvoeren van de maatregelen of de mogelijkheid van beroep.
  4. Beide commissies zijn vrij om naar aanleiding van de behandeling van een klacht aanbevelingen te doen aan het bestuur van de VGVZ, teneinde in de toekomst soortgelijke klachten te voorkomen.

Centrum Zin zorg gevestigd te Veenendaal, kantoorhoudende aan de Pr. Bernhardlaan 30 te Veenendaal.

Contactgegevens:

Wilco van Wakeren
Pr. Bernhardlaan 30
3901 CC Veenendaal 

06 10490 202
info@centrumzinzorg.nl
www.centrumzinzorg.nl